Is melkkefir gezond voor honden en katten?
Leestijd: 5 minuten
Wie zelf melkkefir maakt, vraagt zich misschien af: mag mijn hond of kat eigenlijk ook melkkefir drinken? Melkkefir bevat levende micro-organismen en door de fermentatie wordt een deel van de lactose uit melk afgebroken. Toch betekent dit niet automatisch dat melkkefir voor ieder huisdier geschikt is.
In dit artikel leggen we uit wat melkkefir is, wat mogelijke voordelen zijn en waar je bij honden en katten vooral op moet letten.
Wat is melkkefir?
Melkkefir is een gefermenteerde melkdrank die wordt gemaakt met levende melkkefirkorrels. Deze korrels bevatten verschillende melkzuurbacteriën en gisten.
Tijdens de fermentatie gebruiken deze micro-organismen onder andere lactose uit de melk. Daardoor bevat goed gefermenteerde melkkefir doorgaans minder lactose dan de melk waarmee je bent begonnen.
Voor mensen is melkkefir een populaire gefermenteerde drank, maar het spijsverteringsstelsel en de voedingsbehoeften van honden en katten zijn natuurlijk anders.
Mogen honden melkkefir?
Een gezonde hond kan in veel gevallen een kleine hoeveelheid naturel melkkefir verdragen. Dat betekent echter niet dat iedere hond er goed op reageert.
Honden kunnen gevoelig zijn voor lactose of andere bestanddelen van zuivel. Hoewel fermentatie de hoeveelheid lactose vermindert, is melkkefir niet noodzakelijk volledig lactosevrij.
Geef je hond daarom nooit meteen een grote hoeveelheid. Begin eventueel met een heel klein beetje en kijk hoe je hond daarop reageert.
Mogelijke tekenen dat je hond melkkefir niet goed verdraagt zijn:
- diarree of zachte ontlasting;
- winderigheid;
- buikpijn of een opgeblazen buik;
- misselijkheid of braken;
- jeuk of andere klachten die mogelijk met een voedselovergevoeligheid samenhangen.
Ontstaan er klachten? Stop dan met het geven van melkkefir.
En katten?
Bij katten is wat meer voorzichtigheid verstandig. Veel volwassen katten kunnen lactose minder goed verteren. Daarom is gewone koemelk voor katten meestal geen goed idee.
Ook bij melkkefir wordt tijdens de fermentatie een deel van de lactose afgebroken, maar er kan nog steeds lactose aanwezig zijn.
Een kleine hoeveelheid naturel melkkefir wordt door sommige katten verdragen, terwijl andere katten er snel darmklachten van krijgen. Melkkefir is bovendien geen noodzakelijk onderdeel van de voeding van een kat.
Wil je het toch proberen, geef dan slechts een zeer kleine hoeveelheid en controleer goed hoe je kat reageert.
Zijn de bacteriën in melkkefir goed voor honden en katten?
Dit is een belangrijk onderscheid. Melkkefir bevat levende bacteriën en gisten, maar dat betekent niet automatisch dat alle aanwezige micro-organismen bij honden en katten een bewezen probiotische werking hebben.
Voor een probioticum moet het gunstige effect eigenlijk worden aangetoond voor specifieke micro-organismen, in een bepaalde hoeveelheid en voor het betreffende dier.
Daarom is het beter om melkkefir te zien als een gefermenteerd voedingsmiddel en niet als een geneesmiddel of gegarandeerd probioticum voor huisdieren.
Heeft je hond of kat darmproblemen waarvoor je probiotica wilt gebruiken? Overleg dan met een dierenarts over een product dat specifiek voor honden of katten is ontwikkeld.
Welke melkkefir kun je eventueel geven?
Als je je hond of kat een klein beetje melkkefir wilt laten proberen, kies dan uitsluitend voor naturel melkkefir zonder toegevoegde ingrediënten.
Gebruik geen melkkefirdrank waaraan suiker, zoetstoffen, chocolade, siroop of andere smaakmakers zijn toegevoegd. Vooral de zoetstof xylitol is zeer gevaarlijk voor honden en kan al in relatief kleine hoeveelheden ernstige vergiftigingsverschijnselen veroorzaken.
Zelfgemaakte naturel melkkefir van melk en levende melkkefirkorrels is wat dat betreft overzichtelijker: je weet precies welke ingrediënten je hebt gebruikt.
Hoeveel melkkefir mag een hond of kat?
Er bestaat geen universele hoeveelheid die voor iedere hond of kat geschikt is. Gewicht, leeftijd, gezondheid, normale voeding en gevoeligheid voor zuivel spelen allemaal een rol.
Wil je alleen testen of je huisdier melkkefir verdraagt? Begin dan met een zeer kleine hoeveelheid in plaats van direct een bakje melkkefir te geven.
Zie melkkefir vooral als een incidentele aanvulling en niet als vervanging van water of complete honden- of kattenvoeding.
Bij jonge dieren, dieren met een medische aandoening, dieren die medicijnen gebruiken of dieren die een speciaal dieet volgen, is het verstandig eerst met de dierenarts te overleggen.
Geef nooit de melkkefirkorrels zelf
Er is ook een verschil tussen de gefermenteerde drank en de melkkefirkorrels waarmee je deze maakt.
Wij adviseren om honden en katten niet bewust de melkkefirkorrels zelf te voeren. Gebruik de korrels om de melk te fermenteren, zeef ze daarna uit de drank en gebruik ze opnieuw voor je volgende bereiding.
Melkkefir is geen behandeling
Hoewel er veel positieve verhalen over kefir en gefermenteerde voeding te vinden zijn, moet melkkefir niet worden gebruikt om zelf gezondheidsproblemen bij een hond of kat te behandelen.
Heeft je huisdier langdurige diarree, regelmatig braken, gewichtsverlies, weinig eetlust of andere gezondheidsklachten? Neem dan contact op met een dierenarts in plaats van te proberen het probleem met melkkefir op te lossen.
Conclusie: is melkkefir gezond voor honden en katten?
Naturel melkkefir kan voor sommige gezonde honden en katten in een kleine hoeveelheid geschikt zijn, mits het dier zuivel goed verdraagt. Door fermentatie bevat melkkefir doorgaans minder lactose dan gewone melk en de drank bevat levende micro-organismen.
Dat maakt melkkefir echter niet automatisch gezond of noodzakelijk voor ieder huisdier. Vooral katten kunnen gevoelig zijn voor lactose en ook honden kunnen zuivel slecht verdragen.
Wil je je hond of kat een beetje zelfgemaakte melkkefir laten proberen? Begin klein, gebruik uitsluitend naturel melkkefir zonder toevoegingen en stop wanneer je dier er niet goed op reageert.
Let op: dit artikel geeft algemene informatie en is geen vervanging voor veterinair advies. Bij twijfel over de gezondheid of voeding van je huisdier kun je het beste overleggen met een dierenarts.
